Taalontwikkeling
Vanaf nu kunnen de eerste woordjes beginnen te verschijnen!
12 – 13 maanden : Als een kind bijna één jaar is, kunnen al de eerste woordjes verschijnen.
In het begin van de zogenaamde één-woord-fase gebruikt je kind een klein aantal losse woorden (10 à 20). Die verwijzen naar mensen, voorwerpen of gebeurtenissen in het hier-en-nu die zeer interessant zijn voor het kind. Eén woord kan diverse betekenissen hebben, bijvoorbeeld ”papa” kan betekenen ‘daar is papa’, of ‘die fiets is van papa’, of ‘papa, til me op’.
Ook ‘vertelt’ je kind nog veel zonder woorden. Dat kan ook heel duidelijk zijn. Zo kan hij naar iets reiken, waarmee hij wil zeggen: ‘dat wil ik hebben’. Als hij iets niet wil duwt hij het weg of schudt zijn hoofdje. Wil hij aandacht dan maak hij gevarieerde geluiden. Hij lacht als hij plezier heeft en zwaait bij het afscheid nemen.
Je kind begint een woordbegrip te ontwikkelen. Hij begrijpt woorden steeds beter, ook zonder dat je daar een verdere aanwijzing bij geeft.
18 maanden : Als een kind 18 maanden oud is, kent hij meestal nog enkele woordjes naast de woordjes ‘papa’ en ‘mama’.
Deze woorden zijn wat betreft de vorm veelal nog onvolledig, bijvoorbeeld ‘paa’ (paard), ‘pa-pu’ (paraplu), ‘toe’ (stoel).
Als je kind ongeveer 50 woorden kent, ondergaat de woordenschat een groeispurt. In een enorme snelheid leert hij nieuwe woorden bij, soms wel tien woorden per week.
Je kind begint losse woorden te combineren tot de eerste twee-woordzinnen. Van iedere zin spreekt hij alleen de twee belangrijkste woorden uit. Hierdoor kunnen zijn uitingen weer verschillende dingen betekenen, zoals ‘mama fiets’: ‘dit is mama’s fiets’, of ‘mama zit op de fiets’ Of ‘mama, ik wil met de fiets’.
Gelukkig praat je kind nu vooral over zaken binnen het hier-en-nu. Hierdoor kun je gebruik maken van de hele situatie waarin jij je met je kind bevindt. Je begrijpt dan beter wat hij op dat moment bedoelt.
De woordopbouw is in de twee-woordfase vaak nog onvolledig, bijvoorbeeld ‘kinne boem’ (de vlinder zit op de bloem), ‘fieze buiten’ (Ik wil buiten fietsen). Zoals uit dit voorbeeld blijkt, vereenvoudigt een kind de uitspraak van sommige woorden of klanken vaak.
Posted in: Meer Tips
