Potjestraining

  • Kennismaken met het potje
  • Meestal starten wij met de potjestraining vanaf het moment dat jullie peuter 2 jaar wordt. Toch is hier veel verschil in van kind tot kind. Sommige kinderen zijn veel vroeger rijp voor, bij andere duurt het net een beetje langer.

    De oudere kinderen worden tussendoor bij het verschonen op het potje gezet, we laten hen hier dan eventjes zitten. Soms gebeurd het dat ze dan toevallig een plasje maken in het potje en ze worden hier dan ook meteen voor beloond! We gieten ons plasje in het toilet, mogen zelf doorspoelen en daarna een stempel zetten op ons blaadje. Een hele eer!

    Naarmate het proces volgt gaan de kinderen de link leggen tussen het potje en de handeling. Hierbij worden ze zichzelf een stukje bewust van hun lichaam. Vanaf ze dit punt bereiken kunnen we aan de slag gaan met zindelijkheidstraining. Dit gebeurd altijd in overleg met de ouders, omdat vanaf die dag jullie als ouders hier ook in mee moeten gaan.

    De kinderen komen ’s morgens toe met een pampertje aan. Als we ze de eerste keer gaan verschonen gaat het pampertje uit. In het begin laten we de kinderen om de 30 minuten naar het potje gaan, om zoveel mogelijk ongelukjes te vermijden. Ook hier worden ze iedere keer beloond met het weggieten van hun plasje in het toilet, doorspoelen en een stempel op hun blaadje.

    In het begin zal er tijdens het eet- en knutselmoment nog een pamper aangedaan worden. Op deze momenten is de afleiding immers te groot.

    Naarmate de zindelijkheidstraining vordert zit er meer tijd tussen de toiletbezoeken en zullen ze ook tijdens het eten en het knutselen geen pamper meer aanhebben. Ook de beloningen worden afgebouwd. Op het einde is het doorspoelen de enige beloning die ze nog hebben. Meer hebben ze dan ook niet nodig.

    Vanaf het ogenblik dat de kinderen anderhalf uur tussen hun behoeftes kunnen laten, beschouwen wij ze als “zindelijk”. Belangrijk hier om te onthouden is dat ongelukjes altijd kunnen gebeuren en erbij horen! Een kind is pas volledig zindelijk op een leeftijd van 5 à 6 jaar!

  • Wat vragen we aan u?
  • Voldoende reservekledij mee te brengen (broeken, onderbroekjes, kousjes, ..)
    Thuis verder te oefenen, ook bij te houden hoe het thuis gaat indien mogelijk
    Als het kindje aankomt in de crèche, verwisselen we de luier met een onderbroekje, het kind mag direct op het potje gaan zitten.
    De eerste weken (zolang nodig) gaan we om 20 à 30 minuten op het potje. De tijdstippen gaan langzaam verlengen, tot het kind zelf kan gaan wanneer het moet en dit ook zelf kan aangeven.
    Als het kindje volledig droog is kan het eten en eventueel slapen ( met uw onderling overleg) zonder luier.
    Na het slapen, noteren we luier droog/of luier nat. Doen we terug luier uit en gaan we op het potje.
    Tegen de tijd dat het kindje normaal wordt afgehaald, doen we terug luier aan totdat het kindje klaar is om zonder luier naar huis te gaan. Zo weten ze dat mama of papa bijna komt. En wordt afhaaltijd een leuke tijd zonder nog luiers te moeten verwisselen.
  • Enkele Tips!
    • Wanneer je kind gedurende twee opeenvolgende uren een droge luier heeft, is de blaascapaciteit groot genoeg om te starten met de training en kan het kind plassen met een volle blaas. Is je kind nog niet geïnteresseerd of lukt het helemaal niet, stel dan alles nog wat uit en stel je kind gerust.
    • Je kan het best niet starten in een drukke periode of kort vóór een ingrijpende gebeurtenis, zoals de eerste schooldag, de geboorte van een broertje of zusje of een verhuizing. Zulke gebeurtenissen maken op een kind een zo overweldigende indruk dat het zindelijk worden een grote kans maakt om te mislukken.
    • Zet je kind pas op het potje als het een volle blaas heeft. Herhaal dit op geregelde tijdstippen, bijvoorbeeld na iedere maaltijd en voor het slapengaan. Je kan je kind dan meenemen naar het toilet en naast jou op het potje zetten. Je kind zal je dan nabootsen.
    • Zorg voor een degelijk potje
    • Het toilet is meestal te hoog en de opening lijkt voor een kind verschrikkelijk groot. Een goed potje biedt voldoende steun aan de rug en aan de voetjes van je kind, zodat het stabiel kan zitten.
    • Je kan ook een kindertoiletbril op de wc te plaatsen, in combinatie met een opstapje.
    • Rustig de tijd geven
    • Het is belangrijk je kind rustig de tijd te geven om te plassen. Uitspraken als “nog snel een plasje doen voordat we vertrekken” kan je beter vermijden. Het is wel goed om regelmatig aan je kind te vragen of het moet plassen. Zo leert het bewuster om te gaan met het gevoel van een volle blaas.
    • Het heeft ook geen zin je kind langer dan 5 minuten op het potje te laten zitten. Het is zeker af te raden het te laten zitten totdat het iets “gepresteerd” heeft. Als je je kind dwingt, zal dat vaak een omgekeerd effect hebben.
    • Aanmoedigen kan je nooit te veel
    • Je kind vindt het leuk om aangemoedigd te worden en zal trots zijn als er daadwerkelijk een plasje in het potje beland. Zo zal het gestimuleerd worden om dit gedrag te herhalen. Reageer dus telkens positief wanneer je kind iets in het potje gedaan heeft. Je kan je kind belonen met een applausje, “hoera” roepen, extra aandacht geven, knuffelen,.. Je kind op die manier belonen kan je nooit te veel doen!
    • Maak je niet boos bij een ongelukje
    • Wanneer je kind toch in zijn broekje heeft geplast, is het goed om niet boos te worden. Ook wanneer het nog niet wil lukken, heeft het geen zin je kind te straffen. Zelfs wanneer je kind al op het potje plast, is het normaal dat er toch nog eens een “ongelukje” gebeurt. Als je peuter bijvoorbeeld in zijn spel verdiept is, kan het soms al te laat zijn om het potje nog te halen.
    • Met deze tips zal het op het potje gaan zeker lukken! Heeft u nog vragen hierover ? Onze verzorgsters in Toverland zullen u graag te woord staan.
sidebar